1.01.09 - Spinal cord stimulation induces c-Fos expression in the dorsal horn in rats with neuropathic pain after partial sciatic nerve injury
Helwin Smits, Maarten van Kleef, Wiel Honig, Job Gerver, Philipp Gobrecht, Bert Joosten
Neuroscience Letters (2009) 450, 70-73.
Samenvatting
Ruggenmergstimulatie (SCS) is inmiddels een geaccepteerde behandelmethode voor neuropathische pijn (zenuwpijn). Vooral bij de behandeling van Complex Regionaal Pijn Syndroom type 1 (CRPS-1) wordt deze methode regelmatig gebruikt. Bij de patiënt wordt een elektrode geplaatst in de epidurale ruimte die vlak tegen het ruggenmerg aanligt, waarna deze worden geprikkeld door een zwakke elektrische stroom. De behandeling met SCS levert voor 2/3 van de patiënten een pijnvermindering op van 50%. Daardoor komt het de kwaliteit van leven ten goede.
Ondanks dit succes is nog steeds niet duidelijk hoe SCS precies werkt. Er is dan ook nog veel onderzoek nodig om het werkingsmechanisme van deze therapie te achterhalen en zo mogelijk de effectiviteit van deze therapie nog te verhogen.
Tijdens de stimulatie met de elektrische stroom ondervindt de patiënt een vermindering van pijn. Na afloop van de stimulatie houdt dit effect nog enige tijd aan. Dit duidt erop dat er naast de pijnverlichtende werking van de stimulatie zelf een proces in gang wordt gezet met een langere termijneffect.
In een experimentele studie werd SCS nagbootst in ratten met chronische neuropatische pijn. Deze SCS leidt tot pijnvermindering bij de dieren (Smits et al., 2006). De onderzoeksvraag was of het mogelijk is cellulaire veranderingen in het ruggenmerg zichtbaar te maken direct na SCS. Daartoe werd SCS uitgevoerd bij 11 experimentele en 6 controle proefdieren (ratten). Cellulaire activiteit kan zichtbaar gemaakt worden door immunocytochemische kleuringen voor het eiwit c-Fos. C-Fos activatie in een cel is een eerste aanwijzing dat de betreffende cel structurele veranderingen zal ondergaan. Onze resultaten lieten zien dat er een duidelijke toename is in het aantal c-Fos immunoreactieve-cellen in de dorsale hoorn van het ruggenmerg. Mogelijk zijn dit de cellen die een pijn onderdrukkende functie hebben. Deze toename van c-Fos IR-cellen werd gevonden direct na afloop van de SCS bij gestimuleerde dieren op het ruggenmerg deel waar de elektrode zich bevond en niet bij dieren de controle dieren die wel een stimulator kregen maar niet werden gestimuleerd. In conclusie: onze resultaten duiden erop dat SCS een zeer snel en structureel effect heeft op cellen betrokken bij de pijngewaarwording in een diermodel voor chronisch neuropatische pijn.
Smits H, Utenius C, Deumens R, Koopmans GC, Honig WM, van Kleef M, Linderoth B, Joosten EA (2006) Effect of spinal cord stimulation in an animal model of neuropathic pain relates to degree of tactile allodynia. Neuroscience 143, 541-546

