4.10.07 - Interview met Sjoerd Niehof (Erasmus MC)
In deze reeks worden mensen geïnterviewd die op de een of andere manier bij TREND betrokken zijn.
Bekijk alle interviews
Sjoerd Niehof is op 3 oktober 2007 gepromoveerd aan het Erasmus MC in Rotterdam. Nu gaat hij aan de slag als postdoc op de afdeling Experimentele Anesthesiologie.

Op 3 oktober ben je gepromoveerd. Waar gaat je proefschrift over?
Mijn onderzoek gaat over thermografie bij CRPS-patiënten. Thermografie is een techniek waarmee je de temperatuur van de handen en voeten zichtbaar kunt maken. Zo kun je vaststellen of er sprake is van verschillen in doorbloeding tussen de linker- en de rechterhand, of tussen CRPS-patiënten en mensen zonder CRPS. Op die manier heb ik een bijdrage proberen te leveren aan zowel de diagnostiek als inzicht in de pathofysiologie van CRPS.
De thermografische camera kent vele toepassingen in de industrie, maar het gebruik ervan binnen het CRPS-onderzoek is relatief nieuw. In het onderzoek hebben we gebruik gemaakt van een mathematisch model om uitgebreider dan tot nu toe gebruikelijk de verschillen in kaart te brengen. Daarnaast is het duidelijk geworden dat het zeer belangrijk is om dynamisch te meten, dat wil zeggen op meerdere momenten onder invloed van temperatuur-stimulatie. Op die manier worden ontwikkelingen en veranderingen in de tijd beter zichtbaar en kun je ook beter zien wat er gebeurt als je ingrijpt met medicijnen.
Wat heeft het onderzoek op dit moment voor nieuwe inzichten opgeleverd die interessant kunnen zijn voor patiënten en behandelaars?
De belangrijkste bevinding is waarschijnlijk dat alle CRPS-patiënten verschillen in temperatuur (doorbloeding) laten zien in vergelijking met gezonde mensen. Die verschillen zie je zelfs bij CRPS-patiënten die geen klachten over doorbloeding hebben. Kennelijk is dat iets wat bij de aandoening hoort en een belangrijke rol speelt binnen de pathofysiologie.
Die temperatuurverschillen alleen zijn niet voldoende om de diagnose CRPS te kunnen stellen (niet specifiek genoeg). Ze zouden namelijk ook het gevolg van een andere aandoening kunnen zijn. Het temperatuurbeeld van warme CRPS lijkt bijvoorbeeld op dat van een ontsteking die onderdeel is van het gewone genezingsproces na een fractuur.
Dit onderzoek is redelijk fundamenteel en heeft dus niet direct een nieuwe behandeling opgeleverd. Op dit moment worden patiënten behandeld met ontstekingsremmers bij warme CRPS en vaatverwijderaars bij koude CRPS, maar we weten niet met zekerheid of we dan echt de oorzaak van het probleem aanpakken. In de toekomst zullen we gerichter in willen grijpen. Dan zullen we dus moeten weten waar precies de oorzaak van de doorbloedingsproblemen ligt: centraal (ruggenmerg of hersenen) of meer perifeer (bijv. ontsteking in de ledematen). Welke methoden geschikt zijn om dit te achterhalen is een belangrijke vervolgvraag, die is voortgekomen uit dit onderzoek. Een gedeelte van dit antwoord op deze vraag is gevonden in de dynamische meting onderzocht binnen dit onderzoek.
Daarnaast zijn veel medicijnen (o.a. de vaatverwijderaars) nog in onderzoek en dus nog niet voor iedereen verkrijgbaar. Een belangrijke bijdrage van thermografie is dan ook om te meten of behandeling met die medicijnen een effect heeft.
Hoe ben je in het onderzoek naar CRPS terecht gekomen?
Tijdens mijn opleiding Electrotechniek aan de MTS heb ik stage gelopen bij het Ignatiusziekenhuis in Breda. Dat is? Daar ben ik gefascineerd geraakt door medische technologie en heb ik dat ook als afstudeerrichting gekozen in mijn vervolgopleiding Technische Natuurkunde aan de HTS. Mijn afstudeeropdracht van de HTS heb ik uitgevoerd op het pijnbehandelcentrum van het ErasmusMC. Tot die tijd wist ik nog maar weinig van pijn en CRPS. Na mijn afstuderen ben ik bij het Erasmus MC gebleven en kreeg ik de mogelijkheid om daar promotie-onderzoek te doen.
Ik vind het mooi om een bijdrage te kunnen leveren aan de behandeling van en kennis over een aandoening. Patiëntencontact is daarbij erg belangrijk. Je moet bij de ontwikkeling en het gebruik van medische technologie ook steeds uitgaan van de behoefte van de patiënt. Een thermografie-opname is voor patiënten vaak een eye-opener: ze krijgen daar een zichtbare bevestiging van wat ze voelen.
Hoe ziet jouw toekomst binnen TREND eruit?
Ik heb nu een aanstelling als post doc bij de afdeling Experimentele Anesthesiologie van het Erasmus MC. Daar wordt veel innovatief onderzoek verricht op het gebied van technische metingen. De subsidie van TREND loopt eind 2007 af voor het Erasmus MC, dus zullen we op andere manieren subsidie moeten aanvragen. De kennis en de contacten van TREND blijven echter bestaan en in de toekomst zullen we daar ook mee samen blijven werken.
Wat is voor jou persoonlijk de grootste uitdaging binnen TREND?
Om bevindingen en visies vanuit verschillende disciplines met elkaar te verenigen in een werkbare onderzoekshypothese. Daarmee wordt het onderzoek echt multidisciplinair.

