18.03.08 - Interview Frans van der Helm (Tu Delft)
In deze reeks worden mensen geïnterviewd die op de een of andere manier bij TREND betrokken zijn.
Bekijk alle interviews

Wat is uw achtergrond?
Ik heb bewegingswetenschappen gestudeerd aan de VU in Amsterdam. In het kader van die studie had ik al een praktijkstage gedaan in Delft. Na mijn afstuderen ben ik weer in Delft aan de slag gegaan als vervangende dienstplicht. Daar mocht ik ook colleges volgen van het doctoraalprogramma Regeltechniek. Toen er een passende AIO plaats open kwam, ben ik met een promotietraject begonnen over schouderonderzoek. Ik heb destijds een 3D model gemaakt van de schouder. Dat model was destijds en nog steeds uniek in de wereld. De datasets die dat onderzoek heeft voortgebracht, gaan nog steeds de hele wereld over. Gijs Pronk was toentertijd de grondlegger van het schouderonderzoek aan de TU Delft; nu zijn er nog twee AIO’s in Delft bezig met het schoudermodel.
In 1997 is er een grote uitbreiding geweest van het model. In die versie wordt er rekening gehouden met alle terugkoppelingen en de rol van het centrale zenuwstelsel. Dat model is uniek in de wereld. Zo geeft het model een goed beeld van de werking van de schouder. Om dat model te kunnen valideren zijn we begonnen met de metingen van reflexen bij gezonden en patiënten, dat heel veel inzicht heeft gegeven in de bewegingssturing. Bij mensen met bijvoorbeeld Parkinson met een verstoorde reflexieve terugkoppeling, waardoor instabiel gedrag ontstaat in de vorm van trillingen.
U bent de zakelijk directeur van TREND, wat houdt dat precies in?
Dat komt mede omdat Delft de penvoerder is van TREND. Wij houden de financiën in de gaten. Daarnaast heb ik het hele managementgedeelte van het TREND aanvraag geschreven.
Als je met een aantal verschillende groepen wil gaan samenwerken, is het niet verstandig om iedere groep te vragen wat ze willen gaan doen, maar zelf meer richting geven., anders wordt het een wirwar van ideeën. Wij hebben een plan geschreven van het TREND-onderzoek en hebben daarna groepen benaderd met de vraag of ze mee wilden doen. Zo krijg je veel meer lijn in het onderzoeksprogramma. Dat maakt het uiteindelijk ook makkelijker om het geheel te managen. In ziekenhuizen heeft men over het algemeen minder ervaring met het managen van externe onderzoeksprojecten dus daar kwam onze expertise goed van pas.
Wat is de rol van de TU Delft in TREND?
Het schouderonderzoek had in eerste instantie met name een verband met orthopedie. Voor orthopedische chirurgen is het model interessant. Zij weten vaak weinig van de biomechanica van de schouder terwijl ze wel moeten opereren. Via het reflex-onderzoek zijn we bij Bob van Hilten (LUMC) terecht gekomen die met onderzoek naar de ziekte van Parkinson bezig was.
Hij gaf toen ook al aan dat we ook aan CRPS moesten denken, want dat was eigenlijk ook een neurologische aandoening. Dat onderzoek naar CRPS heeft heel interessante dingen opgeleverd. Bij patiënten met verkrampte handen bleek er sprake te zijn van een verstoorde terugkoppeling in de schouder (!). Toen stelden we al vast dat er veel meer onderzoek naar CRPS nodig was. Nu lijkt het alsof er heel veel CRPS- onderzoek wordt gedaan in Nederland en in de wereld, maar TREND is daar een van de grote katalysatoren voor. Door de samenwerking tussen diverse instituten is het ook een heel breed onderzoek geworden, TREND is echt een unieke consortium.
De TU Delft helpt andere leden van TREND (o.a. LUMC en Erasmus MC) bij de ontwikkeling van meetinstrumenten. Artsen hebben de neiging om de meetgegevens meer te verwerken met een beschrijvend model. Wij werken meer met verklarende simulatiemodellen die causale verbanden duidelijk moeten maken.
Dat is wel de unieke inbreng van de TU Delft in TREND: het zoeken naar causaliteit. Dat is een belangrijk principe van de regeltechniek. Daarnaast is het belangrijk om dynamisch te meten, dat wil zeggen hoe de veranderingen in de tijd met elkaar samenhangen. Bij CRPS is dat moeilijker, omdat je daar niet precies weet wat de oorzaak van het probleem is. We hebben wel een duidelijke hypothese over causaliteit van de aandoening. Uit de klinische ‘trials’zal blijken hoe we in dat proces kunnen ingrijpen met behulp van bijvoorbeeld medicatie.
Op welke manier werken jullie samen met de bedrijven in het consortium?
Noldus IT zit met name in de hoek van de meetinstrumenten, zoals de Bradykinesiemeter. Je weet van te voren nooit wat die meetinstrumenten je op gaan leveren. Je hoopt op een snelle, eenvoudige en correcte meetmethode, die verschillende groepen van elkaar kan onderscheiden. De bradykinesiemeter kan CRPS- patiënten wel onderscheiden van gezonde controles en mensen met Parkinson. Als diagnostisch instrument werkt het nog niet voldoende, omdat de verschillen niet groot genoeg zijn op individueel niveau. Het onderscheidend vermogen moet vaak 95% of zelfs 99 % zijn, afhankelijk van de mogelijkheid het te combineren met andere meetinstrumenten.
Met Moog-FCS hebben we samen de Wristalyzer ontwikkeld. Dat is een consumentenuitvoering van de Polspertubator (PoPe) uit Delft. Die kunnen nu dus worden verkocht aan onderzoeksgroepen. De toekomst moet uitwijzen of dat product commercieel aantrekkelijk is.
Hoe ziet de toekomst van TREND eruit?
Dat is nog onduidelijk. Dit jaar gaan we over de succesvolle multidisciplinaire samenwerking en de werkwijze van TREND overleggen met VWS. Er is veel lof voor TREND als onderzoeksconsortium en we worden ook wel als voorbeeld gebruikt. Dan mag je verwachten dat ook de financiering wordt voortgezet. Het is goed om te zien dat iedereen TREND zo waardevol vindt dat ze graag de samenwerking willen voortzetten, ook zonder directe subsidie. De afzonderlijke leden zullen in de toekomst waarschijnlijk meer hun eigen financiering moeten regelen. Daarnaast proberen Bob van Hilten en ik ook een grote gezamenlijke subsidie rond te krijgen.

