1.01.09 - Estrogens and the Risk of Complex Regional Pain Syndrome

M. de Mos, F.J.P.M. Huygen, J.P. Dieleman, B.H.Ch. Stricker en M.C.J.M. Sturkenboom

Pharmacoepidemiology and Drug Safety, 18: 44-52

Samenvatting

Complex Regionaal Pijnsyndroom (CRPS) komt 3 tot 4 maal zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen en de incidentie is het hoogst op een leeftijd tussen de 50 en 70 jaar. Dit zou kunnen duiden op een verhoogd risico voor CRPS na de menopauze, een levensfase waarin het gehalte aan het vrouwlijke hormoon oestrogeen in het lichaam afneemt. Ook toonde eerder onderzoek van de Mos et al. een associatie aan tussen het voorkomen van CRPS en de prevalentie van menstruatie-cyclus gerelateerde klachten. Op basis van al deze bevindingen ontstond het idee dat geslachtshormonen, met name oestrogenen, van invloed zouden kunnen zijn op het ontstaan van CRPS.

In de huidige studie werd onderzocht of er een verband bestaat tussen het voorkomen van CRPS en de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam op het moment dat de CRPS begon, alsmede de cummulatieve hoeveelheid oestrogeen over de gehele levensloop. Er werd gekeken naar endogene oestrogenen (oestrogenen die van nature in het lichaam aanwezig zijn) en exogene oestrogenen (bijvoorbeeld in de anticonceptiepil of hormonale therapie). Het onderzoek werd uitgevoerd met gegevens afkomstig uit een Nederlandse huisarsten database, genaamd het Integrated Primary Care Information (IPCI) project. In totaal werden 143 vrouwelijke CRPS-patiënten en 1.493 controles geïncludeerd. Op basis van de resultetn kon geen duidelijk significant verband worden aangetoond tussen het voorkomen van CRPS en de blootstelling aan oestrogeen, hoewel een zwak beschermend effect van oestrogenen ook niet met zekerheid kon worden uitgesloten. Omvangrijkere studies zijn nodig om de rol van geslachtshormonen in het onstaan van CRPS nader te bevestigen of uit te sluiten.